Hoe werkt EMDR precies?
De kern van EMDR is verrassend eenvoudig: je activeert een beladen herinnering terwijl je werkgeheugen tegelijkertijd wordt belast met een afleidende taak. Dit kost je brein zoveel capaciteit dat de herinnering minder scherp en minder emotioneel wordt opgeslagen wanneer je hem weer “wegzet.”
Tijdens een typische EMDR-sessie vraagt de therapeut je om terug te denken aan één concrete herinnering. Dit omvat niet alleen het beeld, maar ook de bijbehorende gedachten, gevoelens en lichamelijke sensaties. Terwijl je dit in gedachten houdt, biedt de therapeut afleidende prikkels aan. Dit kunnen oogbewegingen zijn die je volgt met je ogen (de therapeut beweegt een vinger of lichtbalk heen en weer), tikjes op je handen of knieën, of afwisselende geluiden via een koptelefoon.
Wat gebeurt er in je brein? Volgens de werkgeheugentheorie kan je brein niet tegelijkertijd vol concentreren op een beladen herinnering én een afleidende taak uitvoeren. Door beide te combineren, wordt de herinnering als het ware “uitgepakt” en opnieuw opgeslagen, maar nu met minder emotionele lading. Onderzoekers van Harvard koppelen dit aan processen die lijken op wat er tijdens de REM-slaap gebeurt, wanneer je hersenen herinneringen natuurlijk verwerken.
Een sessie is opgebouwd uit zogenaamde “sets”: blokjes van enkele tientallen seconden prikkels, gevolgd door een korte pauze. Na elke set vraagt de therapeut wat er nu opkomt aan beelden, gedachten of ook gevoelens. Vaak verandert er spontaan iets: het beeld wordt vager, je krijgt meer afstand, of er ontstaan nieuwe gedachten met meer zelfcompassie. De therapeut stuurt dit proces, maar grijpt niet forcerend in.
EMDR kan zowel in de behandelkamer als online plaatsvinden, bijvoorbeeld via videoverbinding met visuele of auditieve prikkels. Hierbij staat privacy en veiligheid altijd voorop.

