Hoe werkt EMDR? (werkgeheugen, oogbewegingen en het brein)
Je werkgeheugen kun je vergelijken met het RAM-geheugen van een computer: het heeft beperkte capaciteit. Als je tegelijk een traumatische gebeurtenis herinnert én een afleidende stimulus volgt, wordt dit werkgeheugen belast.
Zo werkt emdr in de praktijk:
De cliënt roept de herinnering zo levendig mogelijk op: het beeld, de gevoelens, lichamelijke sensaties
De behandelaar vraagt de patiënt om tegelijkertijd een taak uit te voeren
Dit kan zijn: met de ogen de vingers of een lichtbalk volgen, afwisselende klikjes horen via een koptelefoon, of zachte tikjes voelen op handen of knieën
Door deze dubbele belasting neemt de levendigheid van angstige beelden af. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat de spanning (gemeten op een schaal van 0–10) na EMDR sessies significant daalt. De herinnering afneemt in intensiteit en wordt rustiger opgeslagen in het langetermijngeheugen.
EMDR verandert ook de betekenis van het trauma. Gedachten verschuiven bijvoorbeeld van “ik ben nergens veilig” naar “het is voorbij, ik ben nu veilig”. Nieuwe gedachten krijgen ruimte.
Iemand die een ongeluk meemaakte, herinnert dit na EMDR nog wel, maar schrikt er niet meer van.

