Waarom krijg je een burn-out? De onderliggende patronen die vaak worden vergeten
Zwolle en Raalte
Een burn-out komt zelden uit het niets. Vaak zijn er al maanden of zelfs jaren signalen geweest die werden genegeerd, gebagatelliseerd of simpelweg niet herkend. In dit artikel ga ik dieper in op de vraag die veel mensen bezighoudt: waarom krijg je eigenlijk een burn-out? En vooral – waarom bleef je zo lang doorgaan terwijl alles in je lichaam al aangaf dat het te veel was?
Belangrijkste inzichten
- Een burn-out ontstaat vaak door een combinatie van langdurige stress en onderliggende patronen zoals perfectionisme, pleasen en moeite met grenzen stellen.
- Het gaat niet alleen over hoge werkdruk of te veel taken, maar ook over wat je van binnenuit voortdurend van jezelf vraagt.
- Je lichaam geeft al lang vóór de daadwerkelijke burn-out signalen af, maar diepere overtuigingen zorgen ervoor dat je die signalen negeert.
- Herstel en burn-out voorkomen vragen om meer dan alleen rust: ook onderzoek naar je persoonlijke patronen is nodig, bij voorkeur met professionele begeleiding.
Waarom krijg je een burn-out? (kort antwoord)
Een burn-out is het resultaat van een langdurige disbalans tussen belasting en belastbaarheid. Burn-out is vaak het gevolg van langdurige werkstress, maar ook mantelzorg, gezinssituaties, verlies, relatieproblemen of financiële zorgen kunnen bijdragen. Mensen rapporteren vaak meerdere oorzaken van burn-out tegelijkertijd. Een burn-out ontstaat zelden door één enkel incident – het is een sluipend proces waarbij innerlijke patronen als steeds doorgaan, jezelf wegcijferen en geen grenzen voelen een belangrijke rol spelen. Niet iedereen krijgt bij dezelfde belasting een burn-out: de manier waarop je met zichzelf, verwachtingen en emoties omgaat, maakt het verschil. Een burn-out is geen teken van zwakte, maar een signaal dat lichaam en psyche al lang over de eigen grens heen zijn gegaan.
In het eerdere artikel Hoe weet je of je stress hebt of tegen een burn-out aan zit? ging het over het herkennen van vroege signalen. Dit artikel gaat over de volgende stap: begrijpen waarom je zo lang bent blijven doorgaan.
Wat is een burn-out volgens mijn therapeutische visie?
Een burn-out is een toestand van diepe fysieke, emotionele en mentale uitputting na een langere tijd van chronische stress. De Wereldgezondheidsorganisatie definieert burn-out als het gevolg van chronische werkstress die niet goed is gereguleerd. Bij burn-out is er vaak sprake van emotionele overbelasting: het voelt alsof de stekker eruit is. Dingen die eerder vanzelf gingen, kosten nu enorme moeite of lukken helemaal niet meer. Je innerlijke balans is zoek.
Aanhoudende vermoeidheid is een veelvoorkomend symptoom, net als slaapproblemen, concentratieproblemen, prikkelbaarheid en fysieke klachten zoals hoofdpijn en hartkloppingen. Ik houd deze symptomen hier bewust kort, omdat het vorige blog daar uitgebreider bij stilstaat.
Binnen Praktijk InterZijn kijk ik bij een burn-out altijd naar iemands hele leven: werk, relaties, gezin, eerdere ervaringen en de onderliggende patronen die een rol spelen. Een burn-out staat nooit los van wie je bent en hoe je hebt geleerd om met jezelf en je omgeving om te gaan.
Waarom is alleen "te hard werken" niet het hele verhaal?
Zwolle en Raalte
Werkdruk speelt zeker een rol. Burn-out ontstaat vaak door langdurige werkstress, en hoge werkdruk in combinatie met een gebrek aan erkenning vergroot het risico aanzienlijk. Maar het is te eenvoudig om iedere burn-out alleen aan werk toe te schrijven.
Een burn-out kan niet alleen psychologisch worden verklaard – externe factoren spelen ook een rol. Denk aan een toxische werksfeer, conflicten met collega’s, onduidelijke verwachtingen of een gebrek aan autonomie. Ondersteuning en psychologische veiligheid zijn cruciaal op de werkvloer om burn-out te voorkomen. Onvoldoende waardering of erkenning kan op den duur net zo uitputtend werken als een te volle agenda. Een burn-out ontstaat vaak door een langdurige mismatch tussen eisen en hulpbronnen. Soms speelt ook een waardenconflict mee: wanneer er onenigheid is tussen persoonlijke en organisatiewaarden, kan dat langdurige spanning opleveren.
Maar nu het punt dat vaak vergeten wordt: stel je twee mensen voor met dezelfde werkdruk. De één merkt op tijd dat het te veel wordt en past iets aan. De ander blijft doorgaan totdat het echt niet meer lukt. Wat maakt dat verschil?
Het antwoord ligt vaak niet in de hoeveelheid werk, maar in hoe iemand omgaat met grenzen, verantwoordelijkheid en verwachtingen. Burn-out ontstaat waar externe druk en interne druk – wat je van jezelf moet – elkaar gebruikt en versterken.
Welke onderliggende patronen spelen vaak een rol bij een burn-out?
Onderliggende patronen zijn manieren van denken, voelen en reageren die je vaak automatisch inzet, zonder dat je je daar altijd bewust van bent. Ze zijn ooit ontstaan als een manier om je aan te passen, veilig te voelen of erbij te horen. Onbewuste psychologische en gedragsmatige factoren spelen mee bij burn-out, en het bijzondere is dat burn-out juist kan ontstaan bij zeer betrokken en gemotiveerde mensen.
De patronen die ik het vaakst tegenkom bij cliënten met een burn-out:
Perfectionisme – niet alleen iets goed willen doen, maar het gevoel hebben dat het eigenlijk nooit goed genoeg is. De lat steeds hoger leggen.
Pleasen – veel rekening houden met wat anderen nodig hebben en jezelf daarbij gemakkelijk vergeten. Ja zeggen terwijl je moe bent.
Moeite met grenzen aangeven – je voelt wel dat iets te veel wordt, maar je zegt toch ja. Nee zeggen voelt alsof je iemand in de steek laat.
Altijd sterk moeten zijn – moeite om kwetsbaarheid, vermoeidheid of behoefte aan hulp vragen toe te laten.
Een groot verantwoordelijkheidsgevoel – je snel verantwoordelijk voelen voor problemen, emoties of taken van anderen.
Controle willen houden – moeite met loslaten, delegeren of accepteren dat iets anders loopt dan gepland. De illusie van controle kan bijdragen aan burn-out.
Jezelf bewijzen door te presteren – eigenwaarde verbinden aan wat je doet, bereikt of voor anderen betekent.
Moeite hebben met rust – je schuldig, nutteloos of onrustig voelen wanneer je niets doet. Je hoofd blijft maar draaien.
Jezelf wegcijferen – goed kunnen voelen wat anderen nodig hebben, maar nauwelijks stilstaan bij je eigen behoeften.
Veel mensen herkennen meerdere patronen tegelijk. Het zijn geen fouten in je karakter. Het zijn automatische gewoonten die veel energie kosten en een burn-out in de hand kunnen werken.
Kan perfectionisme, pleasen en geen grenzen stellen leiden tot een burn-out?
Ja. Deze patronen kunnen de kans op een burn-out aanzienlijk vergroten, zeker als er al veel druk van buitenaf is. Onderzoek bevestigt dit: perfectionisme verhoogt het risico op burn-out. Een meta-analyse van 43 studies laat zien dat vooral perfectionistische zorgen – de angst om fouten te maken, de vrees voor negatieve beoordeling – consistent samenhangen met uitputting en cynisme.
Perfectionisme betekent niet alleen dat je iets goed wilt doen. Het betekent dat goed genoeg nooit echt goed genoeg voelt. De lat gaat steeds hoger. Pauzes voelen als falen. Fouten worden niet gezien als leermomenten, maar als bewijs dat je tekortschiet. Perfectionisten ervaren vaak een constante staat van verhoogde paraatheid, waardoor het autonome zenuwstelsel voortdurend in de stress-stand staat. Perfectionisme leidt tot negatieve gedachten en angst die langdurig aanhouden, en kan leiden tot emotionele overbelasting en uitputting. Chronische stress door perfectionisme kan zelfs het IQ met dertien punten verlagen – zo groot is de impact op het brein.
Pleasen werkt als een directe gevolg van de overtuiging dat je waardevol bent als je iets voor anderen betekent. Pleasers zeggen ja tegen extra werk, mantelzorg of sociale verplichtingen, ook als ze eigenlijk al uitgeput zijn. De eigen grens wordt keer op keer overschreden.
Moeite met grenzen aangeven hangt daar nauw mee samen. Je voelt wel dat het te veel is, maar de angst voor afwijzing, conflict of schuldgevoel houdt je tegen. Stel: je werkt structureel over omdat nee zeggen tegen je leidinggevende voelt alsof je die persoon teleurstelt. Je weet dat het te veel is, maar je doet het toch – gedreven door overtuigingen als “ik moet nuttig zijn”, “ik mag niemand teleurstellen” of “ik ben pas oké als ik presteer”.
Waarom herken je deze onderliggende patronen vaak niet als probleem?
Zwolle en Raalte
Deze patronen voelen vaak als deel van je identiteit. Het voelt alsof ze bij je horen. Veel cliënten zeggen dingen als: “Zo ben ik nu eenmaal”, “Ik ben gewoon verantwoordelijk”, “Ik help graag”, “Nee zeggen is egoïstisch” of “Ik kan slecht stilzitten”.
Wat het extra lastig maakt: dezelfde eigenschappen zijn vaak lange tijd beloond. Je kreeg complimenten omdat je zo betrouwbaar was. Je werd gewaardeerd om je betrokkenheid. Misschien kreeg je promoties juist omdát je altijd klaarstond. Dat maakt deze manier van functioneren vanzelfsprekend – het gedrag wordt versterkt door erkenning.
Daar komt bij dat er bij burn-out vaak een verlangen is om weer te werken, om weer nuttig te zijn. Emotionele disconnectie – het niet meer voelen wat je zelf nodig hebt – kan sluipend ontstaan. Pas bij een burn-out wordt zichtbaar dat deze manier van omgaan met jezelf geen ruimte meer laat voor herstel en eigen behoeften.
Het is logisch dat je je patronen niet eerder als risico hebt gezien. Daar hoeft geen schaamte over te zijn.
Wat heeft je jeugd en je gezin van herkomst met burn-out te maken?
Niet iedere burn-out komt voort uit de jeugd. Maar ervaringen in je gezin van herkomst – het gezin waarin je bent opgegroeid – kunnen sterk beïnvloeden hoe je nu met jezelf en anderen omgaat. Je gezin van herkomst omvat ook de ongeschreven regels en rollen die erin golden.
Binnen een gezin leer je onbewust hoeveel ruimte je mag innemen, hoe belangrijk presteren is, of je emoties mag tonen, of je hulp vragen mag, wie verantwoordelijkheid draagt en hoe er wordt omgegaan met conflicten. Een gebrek aan autonomie al op jonge leeftijd blijkt later een risicofactor voor burn-out.
Concrete voorbeelden: je moest als kind al veel verantwoordelijkheden dragen. Je ouders hadden veel zorgen en jij leerde al vroeg rekening te houden met hun stemming. Er was weinig aandacht voor je gevoelens. Conflicten werden vermeden, en jij werd degene die voor de harmonie zorgde. Je leerde dat waardering vooral kwam wanneer je goed presteerde. Je behoeften kregen weinig aandacht. Hulp vragen was een teken van zwakte.
In zo’n omgeving ontwikkel je gemakkelijk patronen als altijd sterk moeten zijn, anderen helpen, veel verantwoordelijkheid nemen en je eigen gevoelens op de achtergrond zetten. Wat vroeger logisch en soms zelfs nodig was om je veilig te voelen, kan later in werk, relaties of ouderschap bijdragen aan langdurige overbelasting en chronische stress.
Waarom blijf je doorgaan terwijl je lichaam en emoties zeggen dat het genoeg is?
Dit is misschien wel de kernvraag van dit artikel. Het antwoord: omdat bewuste intenties – “ik moet beter voor mezelf zorgen” – vaak botsen met diepere overtuigingen die al veel langer bestaan. Die onderliggende patronen werken door op een niveau dat sterker is dan rationele kennis.
Veel cliënten weten heel goed dat ze moe zijn, slecht slapen of overprikkeld raken. Prikkelbaarheid is een klassiek signaal van burn-out. Toch zetten ze nog een tandje bij, werken door of zorgen voor anderen. Het signaleren van vroege lichamelijke signalen kan burn-out helpen voorkomen, maar dat lukt pas als je ook de innerlijke drijfveren begrijpt die je doen doorgaan.
Concrete overtuigingen die meespelen: “Ik mag niemand teleurstellen”, “Ik moet sterk zijn”, “Ik ben pas goed genoeg als ik presteer”, “Ik moet het zelf kunnen”, “Anderen zijn belangrijker dan ik”, “Ik mag niet falen”, “Rust moet ik eerst verdienen”. Deze gedachten voelen vaak sterker dan het rationele besef dat je rust nodig hebt. Daardoor bagatelliseer je signalen: “het valt wel mee”, “nog even volhouden”.
Stel: je plant keer op keer je weekend vol met verplichtingen, ondanks duidelijke vermoeidheid. Afzeggen voelt als falen. Je piekeren neemt toe, je spanning loopt op, maar je gaat door. Burn-out symptomen kunnen op een gegeven moment overlappen met depressieve klachten. Depressie gaat vaak gepaard met een aanhoudend sombere stemming, en het is belangrijk om dit te herkennen en serieus nemen. Chronische stress kan blijvende schade aan de hersenen veroorzaken als de signalen te lang worden genegeerd.
Wanneer deze diepere laag niet wordt onderzocht en veranderd, is het risico op een tweede burn-out reëel.
Welke rol spelen oude ervaringen en (klein) trauma bij burn-out?
Oude ervaringen – inclusief terugkerende afwijzing, emotionele onveiligheid of langdurig aanpassen – kunnen invloed hebben op hoe gevoelig je bent voor stress nu. Onverwerkte trauma’s kunnen bijdragen aan burn-out door de stressgevoeligheid structureel te verhogen.
Het hoeft niet altijd om grote, spectaculaire trauma’s te gaan. Ook langdurig niet gehoord of gezien worden kan veel impact hebben. Denk aan: op jonge leeftijd zorgen voor een zieke ouder, op school gepest zijn, leven met veel conflicten thuis of altijd de vredestichter moeten zijn. Machteloosheid, relationele pijn of herhaaldelijk afgewezen worden – het zijn ervaringen die je leren om jezelf weg te cijferen, controle te houden, te pleasen of altijd op je hoede te zijn.
Wanneer er sprake is van onverwerkte pijn die nu nog spanning geeft, kan een behandelvorm als EMDR helpen om die oude lading te verwerken. Het gaat hierbij altijd om begrip en heling, niet om schuld zoeken bij ouders of omgeving. Meer hierover lees je op de pagina Hoe weet je of je trauma nog invloed heeft?.
Waarom helpt alleen rust nemen vaak niet om het patroon te veranderen?
Rust is belangrijk om uitputting te verminderen, maar verandert op zichzelf niet de onderliggende patronen en overtuigingen die tot burn-out hebben geleid. Herstel van burn-out duurt vaak weken tot maanden, en onvoldoende hersteltijd kan zelfs bijdragen aan de ontwikkeling van een nieuwe burn-out. Regelmatige slaap en beweging helpen bij burn-out herstel, maar alleen als ook het gedrag en de overtuigingen worden aangepakt. Burn-out herstel vraagt om het leren stellen van grenzen.
Een concreet voorbeeld: iemand is een paar maanden thuis, slaapt bij, voelt zich langzaam beter. Maar zodra het werk weer begint, gaat diegene op dezelfde manier over grenzen heen. “Ik werk nu minder uren, maar voel me nog steeds constant verantwoordelijk.” Of: “Ik durf nog steeds geen nee te zeggen tegen mijn leidinggevende.”
Je kunt leren je agenda leger te maken. Maar als je diep vanbinnen nog steeds vindt dat je niemand mag teleurstellen, kan diezelfde druk in een andere vorm terugkomen. Duurzaam burn-out voorkomen vraagt om het herkennen en doorbreken van deze patronen – niet alleen om minder te werken.
In het volgende blog Waarom blijf je moe als je rust neemt bij een burn-out? ga ik dieper in op waarom vermoeidheid tijdens herstel zo hardnekkig kan zijn.
Hoe kun je jouw onderliggende patronen bij burn-out herkennen?
Zwolle en Raalte
De volgende reflectievragen zijn bedoeld als zelfonderzoek, niet als test of diagnose. Sta er eens bij stil:
Wanneer zeg ik ja terwijl ik eigenlijk nee voel?
Wat gebeurt er met mij als iemand teleurgesteld in mij is?
Hoe voelt het om niets te doen – ontspannend of opgejaagd?
Wanneer vind ik mezelf goed genoeg?
Hoe gemakkelijk vraag ik om hulp?
Voel ik me verantwoordelijk voor hoe anderen zich voelen?
Wat gebeurt er als ik iets niet perfect doe?
Welke verwachtingen stel ik aan mezelf?
Herken ik deze manier van reageren al van vroeger?
Welke rol nam ik vroeger vaak in binnen mijn gezin?
Het kan helpen om je antwoorden kort op te schrijven. Vaak worden patronen pas zichtbaar als je ze zwart op wit ziet.
Bewustwording is een belangrijke eerste stap om burn-out te voorkomen of herstel te verdiepen, maar het is geen vervanging voor professionele hulp als klachten ernstig zijn. Professionele hulp is belangrijk bij ernstig burn-out herstel. Praat erover met iemand die je vertrouwt, of zoek professionele begeleiding als je merkt dat je vastloopt.
Hoe kijk ik binnen Praktijk InterZijn naar burn-out en onderliggende patronen?
Bij burn-out en langdurige stress kijk ik niet alleen naar klachten en energie. Wanneer er weer voldoende ruimte is, onderzoek ik samen met de cliënt wat er onder de overbelasting ligt.
Dat betekent dat ik kijk naar welke patronen zich blijven herhalen, waarom grenzen moeilijk zijn, welke emoties weinig ruimte krijgen, hoe iemands gezin van herkomst en eerdere ervaringen hebben meegespeeld, en welke overtuigingen iemand over zichzelf draagt. Meer over waarom oude patronen zich blijven herhalen lees je op Waarom blijven oude patronen zich herhalen?.
Ik werk psychodynamisch en systemisch. Dat betekent dat ik kijk naar de binnenwereld – gedachten, gevoelens, onbewuste overtuigingen – én naar iemands plek in grotere systemen zoals gezin, werk en relaties. Afhankelijk van de hulpvraag en wat bij de cliënt past, kan ik werken met psychodynamische therapie, systemisch werk, hypnotherapie, EMDR en/of ademtherapie.
Er is geen standaardpakket: iedere begeleiding wordt afgestemd op de persoon, de fase van het herstelproces en wat iemand op dat moment aankan. Meer over mijn gerichte aanpak bij burn-out vind je op de pagina Burn-out en stress behandelen.
Van klachten verminderen naar werkelijk iets veranderen (en burn-out voorkomen)
Herstel gaat niet alleen over de vraag “Hoe krijg ik mijn energie terug?” Het gaat ook over: “Wat kan ik in mezelf anders gaan doen zodat ik niet steeds opnieuw over mijn grenzen ga?”
Het verschil tussen symptoomaanpak – alleen rust, minder werken, voldoende rust nemen – en verdieping is groot. Bij symptoomaanpak verminder je de belasting. Bij verdieping onderzoek je de onderliggende oorzaken: de patronen, overtuigingen en eerdere ervaringen die ervoor zorgen dat je steeds weer dezelfde richting opgaat. Dit helpt om een tweede burn-out te voorkomen, omdat je beter begrijpt waarom je zo lang blijft doorgaan en hoe je eerder kunt bijsturen.
In het volgende blog in deze reeks – Hoe voorkom je dat je na een burn-out opnieuw in dezelfde patronen terechtkomt? – ga ik hier verder op in.
Het onderzoeken van je persoonlijke patronen kost tijd. Maar het kan ook veel opleveren: meer innerlijke balans, meer ruimte voor jezelf, en het vermogen om eerder te voelen wanneer het te veel wordt. Niet om alles perfect te doen, maar om beter voor jezelf te zorgen.
Waar kan ik je mee helpen?
Als je iets over mij wil weten? Klik hier.
Nicolette van der Valk
Psychodynamisch therapeut.
Wat is psychodynamische therapie?
Dat is therapie waar ik (als therapeut) kan putten uit heel veel therapievormen. Een aantal vormen zijn EMDR, hypntherapy-, systemische therapie en familieopstelling, regressietherapie, NLP, voeding en nog veel meer. Geen tas vol maar een koffer vol tools.
Zo kan ik per persoon en per situatie een combinatie op maat maken die werkt.
Het heeft mij altijd geboeid hoe mensen denken en wat hen beweegt. Mijn liefde voor psychologie en vitaliteit is ontstaan vanuit persoonlijke ervaringen. Verandering in leefstijl en focus hebben mij geholpen mijn klachten te overwinnen, waarna het mijn missie is geworden om ook anderen te helpen.
Wil je meer weten of een afspraak maken, neem dan contact met mij op.
Veelgestelde vragen over burn-out, onderliggende patronen en hulp zoeken
Hieronder vind je antwoorden op een aantal vragen die ik regelmatig hoor van cliënten en lezers.
“Gewoon hard werken” gaat vaak gepaard met structureel je grenzen overschrijden, onvoldoende herstel en patronen als geen fouten mogen maken of altijd doorgaan. Het ligt niet alleen aan de hoeveelheid werk, maar aan hoe je omgaat met druk, verwachtingen en je eigen behoeften. Het kan zinvol zijn om te kijken welke overtuigingen je werkhouding sturen – bijvoorbeeld de overtuiging “ik mag niet falen”.
Nee. Hoewel chronische werkstress een belangrijke en vaak genoemde duidelijke oorzaak is, kan langdurige overbelasting ook ontstaan door mantelzorg, relatieproblemen, verlies, studie of een combinatie daarvan. Veel mensen raken uitgeput doordat belasting op verschillende levensgebieden tegelijk oploopt. Kijk dus breder dan alleen je baan als je burn-out klachten herkent.
Herkenningspunten: je bent vaak ontevreden over eigen prestaties, je hebt moeite om complimenten aan te nemen, je maakt je veel zorgen over wat anderen van je vinden, of je zegt ja terwijl je eigenlijk al moe wakker wordt. Stel jezelf eens de vraag: “Wanneer was ik voor het laatst echt tevreden met goed genoeg?” Onderzoek deze patronen nieuwsgierig, zonder ze te veroordelen. Een gesprek met een therapeut kan daarbij helpen.
Het niet kunnen zeggen van nee hangt vaak samen met een onderliggende angst om afgewezen te worden, niet meer nodig te zijn of als egoïstisch gezien te worden. Dit is vaak terug te voeren op oude ervaringen of gezinsdynamieken waarin aanpassen veilig voelde. Begin klein met grenzen stellen – bijvoorbeeld meer tijd vragen voordat je ergens ja op zegt – en zoek steun als dit veel spanning oproept.
Het belangrijkste is tijdig signalen herkennen én de onderliggende patronen serieus nemen. Sta regelmatig stil bij vragen als: “Ga ik nu weer over mijn grens?” en “Van wie moet dit eigenlijk – van buitenaf of van binnenuit?” Pas niet alleen je werk aan, maar werk ook aan innerlijke overtuigingen. Gezonde copingstrategieën ontwikkel je het best met professionele begeleiding als dat nodig is.
Bij aanhoudende vermoeidheid die niet verbetert, slecht slapen dat aanhoudt, huilbuien, somberheid, een opgejaagd gevoel, paniek, of het gevoel vast te lopen. Ook als je eerder een burn-out hebt gehad en merkt dat oude patronen terugkomen, is het verstandig niet te wachten. Bespreek je klachten met Praktijk InterZijn. Een therapeut kan helpen bij het ordenen van klachten, het begrijpen van je patronen en het vinden van concrete handvatten voor verandering.
Praten met vrienden of familie kan steunend en ontlastend zijn. Sociale contacten spelen een belangrijke rol bij herstel. Maar vrienden hebben meestal minder zicht op dieperliggende patronen. Professionele hulp is gericht op inzicht, verwerking en verandering, met methoden zoals psychodynamische therapie, systemisch werk, hypnotherapie, EMDR of ademtherapie. Beiden zijn waardevol: de één voor steun, de ander voor gerichte begeleiding.
Ja. Oude pijn of trauma kan de belastbaarheid verlagen en ervoor zorgen dat iemand sneller in een toestand van chronische stress terechtkomt. Denk aan langdurige onveiligheid, verlies of herhaaldelijke afwijzing die nog steeds spanning oproepen. Op de pagina Hoe weet je of je trauma nog invloed heeft? lees je hier meer over.
Steunende sociale contacten kunnen helpen spanning te verminderen, je minder alleen te laten voelen en patronen te spiegelen. Tegelijk is het belangrijk om ook ruimte te nemen voor rust en niet elk contact uit beleefdheid in stand te houden als het veel energie kost. Kijk welke relaties je voeden en waar je vooral geeft en jezelf uitput.
Dit verschilt per persoon. Sommige inzichten kunnen snel ontstaan, maar het daadwerkelijk anders doen – langer stilstaan bij je behoeften, nee zeggen zonder schuldgevoel, herstellen zonder woorden als “ik moet” – kost meestal maanden. Elke kleine stap maakt al verschil in je innerlijke balans. Zie verandering als een proces in plaats van een doel dat in één keer bereikt moet zijn. Professionele begeleiding kan dit proces ondersteunen.
Afsluitende reflectievraag en auteursvermelding
Zwolle en Raalte
Neem even de tijd om stil te staan bij de volgende vraag:
Als je niet alleen kijkt naar alles wat er van je gevraagd wordt, maar ook naar wat jij voortdurend van jezelf vraagt: welk patroon kost jou dan misschien meer energie dan je tot nu toe hebt beseft?
Dit artikel is geschreven door Nicolette van der Valk van Praktijk InterZijn. In mijn praktijk werk ik onder andere met psychodynamische therapie, systemisch werk, hypnotherapie, EMDR en ademtherapie bij stress, burn-out, terugkerende patronen, trauma en persoonlijke ontwikkeling.